Dr Dieter
Baumann “De
symboliek in sprookjes” In sprookjes,
legenden en mythologische verhalen komen niet alleen helden, heldinnen,
feeën, tovenaars en sprekende dieren voor, maar ook boze stiefmoeders
en enge, verslinden-de monsters.
Allen hebben hun plaats en rol in het verhaal en symboliseren
krachten die werkzaam zijn bij ieder mens. Krachten waar we mee
moeten leren leven, die ons het leven leren verstaan en wel of
niet herkenbaar zijn.
Monsters zijn misschien wel de meest herkenbare én moeilijkst
te hanteren figuren omdat ze verstorend werken, oerangsten in
ons wakker maken en zich onttrekken aan het menselijk bevattingsvermogen.
Het kwaad dat onmenselijke vormen aanneemt, waar je niet mee kan
vechten, dat je niet direct maar indirect kunt overwinnen en dat
zowel positieve als negatieve, destructieve invloed op het leven
van de “held” kan hebben.
Monsters die sterker zijn dan het ego of de wil.
Hoe kunnen we daar mee omgaan?
Dr Arend
Jan Bolhuis “Hoe lezen we Harry
Mulisch in Jungiaans perspectief”
De wereld die een literair werk oproept is een andere wereld dan
de dagelijkse realiteit. In een literair werk berusten gebeurtenissen,
personages, objecten, ruimtes enzovoort niet op toeval. Ze hangen
samen, en op grond van die samenhang kan men ze een betekenis
geven die men er in de gewone werkelijkheid niet zo snel aan zou
toekennen. Harry Mulisch zegt in dit verband:
De gebeurtenissen in een verhaal zijn […] per definitie al bepaald
door de hogere bestiering van een schrijver: als in een verhaal
iemand een pijp opsteekt en er vliegt een meeuw voorbij, dan is
dat geen zinloos toeval, maar een beslissing met betekenis. Literatuur
is de wereld van de zin, gepresenteerd als die van het toeval.
[…] [Wanneer synchronistische gebeurtenissen] in de werkelijkheid
optreden, is het dan ook of het leven literatuur wordt, geleid
door een hogere bestiering.
(Harry Mulisch, Oedipus
als Freud; naar aanleiding van Jung, Rotterdam 1988, p.16-17) In de Jungiaanse literatuurbeschouwing
gaat vrijwel alle aandacht uit naar de archetypen. Mulisch gebruikt
in bovenstaand citaat echter het woord ‘synchronistisch’. Daarmee
refereert hij aan een fenomeen uit Jungs psychologie dat zeker
zo interessant als de archetypen is, vooral ook wanneer het om
de interpretatie van een literair werk gaat. In mijn lezing zal
ik aan de hand van het werk van Mulisch ingaan op de vraag in
hoeverre men een literair werk zinvol kan interpreteren door het
vanuit een synchronistische optiek te benaderen.
Dr Annine van
der Meer
“De
godin in de 21e eeuw” Kent u haar: ‘de slapende Vrouwe van Malta’ ? In een uniek
ondergronds heiligdom is zij in de vorm van een minuscuul beeldje
gevonden. Zij ligt op een lage bank op kleine pootjes te slapen.
Wie is deze welgeschapen vrouwe die bekend staat als ‘the sleeping
Lady of Malta’? Een vrouw die slaapt of droomt en zogenezing hoopt te ontvangen? Een hoogzwangere vrouw die
op het punt staat te baren? Een genezeres/priesteres die ter genezing
van anderen dromen en visioenen ontvangt? Een godin? Wie zal het
zeggen?
Zij is gevonden in een onderaardse heiligdom
in Malta. Dit wereldberoemde heiligdom of te wel ‘het hypogeum’
blijkt op zijn minst tienduizend jaar ouder dan historici tot
voor kort aannamen. Pogingen dit oerverleden te onthullen, werden
doelbewust verijdeld. Men is er bang van, laat het liever slapen.
In hoeverre staat onze slapende Vrouwe in een oudere traditie,
waarin het vrouwelijke vereerd werd? In hoeverre maakt zij deel
uit van de oeroude kunst der ‘dikke dames’ of ook wel ‘fat ladies’?
Malta kent ook ná deze periode uit de prehistorie een levendige
verering van godinnen. Uit de oudheid stammen de beelden van Astarte,
Tanit, Juno en Hera. Ze werden achtereenvolgens in één en dezelfde
tempel vereerd. Hun gebroken beelden liggen in Malta voor het
oprapen.
Wij ontdekken dat de beelden van de Vrouwe
zowel in Malta als overal elders bewust zijn zoek gemaakt in het
alles overheersende monotheïsme van joden- en christendom en islam.
Onder invloed hiervan is het godsbeeld versmald tot dat van een
mannelijke god met alleconsequenties voor de vrouw van dien. Het vrouwelijke wordt
tothoer en helleveeg en leeft onder het aardoppervlak én in ons
onderbewuste voort.
Wat is de verdienste van Jung en leerlingen
als Erich Neumann geweest in het proces van ontwaken van het vrouwelijke
in de 20eeeuw?In hoeverre
voegen mensen als de Jungiaanse psychiater Jean Bolen en de Nederlandse
theoloog Tjeu van den Berk hier iets aan toe in de 21e
eeuw? Welke wegen kunnen wij in deze tijd bewandelen om het vrouwelijke
als was zijde slapende
Vrouwe van Malta wakker te kussen? Wij beginnen haar beelden die
vuil en versplinterd zijn te ont-aarden en op te graven. Maar
niet alleen de historische invalshoek verdient aandacht. Neuro-theologie
en psychologie bieden ook waardevolle ingangen. Het is de moeite
waard. Wij weten: wanneer wij ons werkelijk herinneren, ervaren
wij onszelf als heel en één.
Dr Stephen Moss “The Journey from Therapist to
Corporate Executive”
Dr Moss, as a business person himself, will
address some ofthe issues facing the corporate world over the past 10 years.
The potential to work with integrity in business and commerce,
the challenge of the shadow aspects of corporate life and the
problem of type. He will also consider the often found prejudices
ofthose in the less
commercial areas of psychology andanalysis to those in commercial life and practice.
Dr Moss will speak from personal
experience in his own journey from therapist to company director
and reflect on the challenges faced by business in a world of
uncertainty, conflict and the need for leadership with integrity.
Dr Peter Schellenbaum "Die
Wunde der Ungeliebten” Jeder Mensch fühlt sich in bestimmten Aspekten seiner
Persönlichkeit unverstanden, alleine gelassen, ungeliebt. -Jene,
die bereits in der Kindheit eine traumatische Erfahrung mit der
Liebe gemacht haben, nenne ich "Ungeliebte". Sie neigen dazu,
diese Erfahrung in ihren späteren Bezeihungen zu wiederholen.
So entstehen viele Spielarten der "Unliebesspiele". Ungeliebt
- Verstehen - Spüren - Befreien: so lauten die vier Teile sowohl
des Vortrags wie auch des gleichnamigen Buches.Mit Beispielen
aus der Praxis, Literatur, Mythologie, Philosophie, mit Bezug
zur Analytischen Psychologie, versuche ich zu zeigen, wie es gelingen
kann, unsere Liebesfähigkeit zu stärken.
Prof. DrPatrick Vandermeersch “Freud en Jung” Van 1906 tot
1913 werkten C.G. Jung en S. Freud nauw samen, en Jung werd door
Freud als zijn meest intelligente leerling, ja zijn `kroonprins'
beschouwd. Jung was in die tijd te Zürich psychiater in opleiding,
en wel aan de Burghölzli, toen één van de toonaangevende psychiatrische
klinieken. Samen met zijn leermeester E. Bleuler deed hij er onderzoek
naar schizofrenie. Daar had Freud weinig ervaring mee, omdat hij
geen psychiater was. Met zijn drieën kwamen zij tot de overtuiging
dat niet de waandenkbeelden, maar problemen in het affectief contact,
de kern van deze ziekte uitmaakten. In hun verdere uitwerking
van hypotheses hierover kwamen zij in conflict, deels om theoretische
redenen, deels omwille van een wederzijdse overdrachtsverhouding
waar zij niet uit kwamen. Hierbij speelde de waarde die je aan
het religieuze karakter van veel schizofrene waanvoorstellingen
mocht hechten een belangrijke rol, alsook de discussie over wat
je nu `libido' mag noemen.
Drs. Ko Vos. Ph.D. “Ontmythologisering van
de analytische therapie”
In vrijwel elke sessie speelt mythologisering
van de persona én de beschouwingen van onbewuste beelden uit dromen,
visualisaties en hypnotherapeutische imaginaties een rol.
Het ritueel vanaf het maken van een afspraak, het bijeenzitten
van twee mensen in een spreekkamer tot en met de afrekening brengen
mythologisering op gang. Wanneer we concepten als schaduw, anima
en animus, overdracht en tegenoverdracht enz. kunnen ontmythologiseren,
kunnen we ontdekken hoe mythe-vorming in ons eigen leven en dat
van de client zich ontwikkelt.
Van diverse wijzen zoals Vivekanande (India), Nietzsche (Zwitserland),
Deleuze (Frankrijk), Yalom (Verenigde Staten), Drewermann (Duitsland)
en anderen kunnen we leren hoe innerlijke beelden, het lijden
daaraan en het zich daarvan bevrijden een voortdurende beweging
is. Deze bewustzijnsversmallingen en vervolgens het zoeken naar
breedte, diepte en hoogte in ons bewustzijn vergt opgave en overgave.
Via deze bewegingen kunnen we tevens een herwaardering van de
psycho-analyse van Freud verwachten als we deze ontdoen van haar
mythologisering. Hiermee kunnen we ook het zoeken naar geluk demystificeren
van haar pretenties.